Alarmmoeheid
Alarmmoeheid in de zorg: minder meldingen, meer rust
Als de pieper de hele dienst afgaat, gaan medewerkers er vanzelf minder scherp op reageren. Dat heet alarmmoeheid. Het begint zelden bij de medewerker en bijna altijd bij hoe de meldingen zijn ingericht. Hier leest u hoe het ontstaat en wat u eraan doet.
Wat is alarmmoeheid?
Alarmmoeheid ontstaat als medewerkers zoveel meldingen krijgen dat ze er minder alert op reageren: later, of helemaal niet. Het begrip komt uit het ziekenhuis, waar bewakingsapparatuur veel alarmen geeft. In de langdurige zorg speelt hetzelfde bij oproepen en sensoren.
Hoe ontstaat het?
- Iedereen krijgt elke melding. Ook de meldingen van een afdeling waar je niet werkt.
- De melding zegt niet wat er is. Je moet gaan kijken om te weten of het dringend is.
- Niemand weet wie gaat. Twee collega's lopen naar dezelfde kamer, of niemand, omdat iedereen denkt dat een ander gaat.
- Sensoren staan aan waar het niet nodig is. Of ze geven alarm op een moment dat niet bij de bewoner past.
- Technische meldingen tussen de oproepen. Een lege batterij staat tussen de oproepen van bewoners.
Zes dingen die u eraan doet
1. Stuur de melding alleen naar wie hem moet hebben
Een oproep hoort bij de medewerkers die voor die afdeling verantwoordelijk zijn. Dat scheelt het grootste deel van de meldingen per persoon.
2. Zeg in de melding wat er is
Met de locatie, de ruimte, het soort alarm en de naam van de bewoner weet een medewerker vóór vertrek wat hem of haar te doen staat.
3. Maak zichtbaar wie het oppakt
Als een collega het alarm heeft afgemeld, moet de rest dat direct zien. Dat voorkomt dubbel lopen.
4. Stel sensoren per bewoner in
Een bewoner die zelf naar het toilet kan, heeft geen alarm nodig bij elke stap uit bed. Kies per bewoner welke sensor aanstaat en op welk moment het alarm komt. Lees meer over de bedsensor in de zorg.
5. Spreek af wat er gebeurt als niemand reageert
Een herhaling en een doorzetting naar een collega of achterwacht geven zekerheid. Daardoor hoeft niet iedereen voor de zekerheid alles te krijgen.
6. Kijk naar de cijfers
Op welke uren komen de meeste meldingen? Van welke kamers? Hoe lang staan alarmen open? Met die cijfers ziet u waar u moet bijsturen.
Wat Daza Connect hiervoor biedt
| Maatregel | In Daza Connect |
|---|---|
| Gerichte meldingen | Alleen de medewerkers die de bewaking van een afdeling hebben, krijgen de meldingen van die afdeling |
| Een melding met inhoud | Locatie, ruimte, soort alarm en naam van de bewoner op de smartphone |
| Zien wie het oppakt | Eén tik om af te melden; collega's zien het direct |
| Per bewoner instellen | Een sensor per kamer aan of uit; bij de Bedscan kiest u het moment van alarmeren |
| Opvolging | Herhalen en escaleren volgens de instellingen van uw organisatie |
| Cijfers | Rapportages over reactietijden, piekuren en alarmpatronen per afdeling |
Rust voor bewoners
Een melding op de smartphone geeft geen geluid in de gang en geen lampje boven de deur. Dat is prettig voor de medewerker en ook voor bewoners, vooral 's nachts.